Je hebt water en vijverwater

Meten van U water is weten. Laat de vijver tot rust komen, niet steeds de boel overhoop halen. Het kan vijf jaar duren voordat de vijver in evenwicht is met planten en de dieren in en om de vijver.

Verzameling van verschillende adviezen over vijverwater

De belangrijkste factor voor het vijvermilieu is het water, waarvan de samenstelling immers direct van invloed is op de groei van de waterplanten, de ontwikkeling van de micro-organismen en de conditie van de vissen.

Het water moet dan ook alle elementen bevatten, die noodzakelijk zijn voor de biologische en chemische processen in het milieu. Vooral de hardheid van het water speelt een grote rol, maar voor een goede plantengroei zijn ook voedingsbestanddelen en sporenelementen van groot belang.

De gezamenlijke hardheid (gh-waarde)

De gezamenlijke hardheid van het water bepaald door calcium en magnesium. Dit wordt de GH-waarde van het water genoemd, uitgedrukt in Duitse hardheidsgraden (DH). Een juiste GH-waarde van vijverwater (tussen8 en 12 DH) is om diverse redenen van belang.

De meeste soorten vijverplanten groeien optimaal in het middelharde water en ook de ontwikkeling en activiteit van micro-organismen is optimaal.

Bij deze waarden is ook de zuurstofvoorziening het beste gewaarborgd.
Wanneer buiten het groeiseizoen het CO2 aanbod stijgt, is de kans op verzuring gering. Bij GH-waarden van 8 tot 12 DH zal het teveel aan CO2 namelijk worden gebonden door het calcium. Daardoor is er geen gevaar voor verzuring of zuurstofgebrek te duchten.

Door weersinvloeden (regen, hagel, sneeuw) en biologische processen onthardt het vijverwater voortdurend. Het is daarom wel nodig de GH-waarde een aantal malen per jaar te controleren. In iedere geval in het voorjaar en het najaar.

De GH-waarde is met een eenvoudige GH testset te bepalen. Wanneer die lager is dan 8 DH, is het raadzaam de waarde met een GH-plus preparaat te verhogen.

Ligt de GH onder 6 DH, dan moeten er zeker maatregelen worden genomen.

De pH-waarde en het CO2.

Hoewel de pH-waarde geen opgeloste stof in het water vertegenwoordigt maar veel meer een toestand aangeeft waarin het water zich bevindt, is inzicht in deze waarde van belang, vooral omdat het ons iets vertelt over het CO2-gehalte in het water.

Wel moeten we hiervoor ook de waarde van de carbonaathardheid weten. Als beide waarden bekend zijn, kunnen we vrij nauwkeurig het vrije CO2-gehalte in mg. per liter water bepalen. Voor een goede plantengroei is minimaal 5 mg. CO2 per liter vijverwater nodig.

Zie hiervoor de afgebeelde grafiek.

Het in het water opgeloste CO2 is dus medebepalend voor de pH-waarde. Bij een gegeven carbonaathardheid en voldoende CO2, zal de pH-waarde relatief laag zijn; bij een zelfde KH maar onvoldoende CO2 is de pH-waarde relatief hoog.

kh
waarde

pH waarde

6

6,2

6,4

6,6

6,8

6,9

7

7,2

7,4

7,6

7,8

8

9

1

40

25

15

10

6

5

4

2

1.5

1

0.5

0

0

2

80

50

30

20

13

10

8

5

3

2

1

0.5

0

3

120

75

50

30

20

15

12

8

5

3

2

1

0

4

160

100

60

40

25

20

15

10

6

4

2.5

2

0.5

5

200

125

80

50

32

25

20

12

8

5

3

2.5

1

7

280

175

110

70

45

35

28

18

11

7

4

3

1.5

10

400

250

160

100

65

50

40

25

16

10

6

4

2

12

480

300

190

120

75

60

50

30

19

12

8

5

3

CO2-gehalte in mg. per liter

Het CO2-gehalte is gedurende een etmaal overigens niet constant. Het fluctueert onder invloed van dag en nacht (assimilatieproces).

Onderwaterplanten nemen met behulp van licht CO2 op en geven zuurstof af. Het CO2-gehalte vermindert derhalve naarmate de dag vordert. ‘s Nachts is het proces omgekeerd; de planten nemen zuurstof op (zij het beperkt) en geven CO2 af (zij het beperkt).

Micro-organismen, de grootste producenten van CO2, produceren zowel overdag als ‘s nachts. Dat betekent dat het CO2 zich ‘s nachts zal ophopen en in de namiddag beduidend zal afnemen.

Dit proces doet zich overigens alleen voor in goed functionerende waterpartijen, dat wil zeggen, wanneer er sprake is van een groeiend bestand onderwaterplanten en voldoende activiteit van de micro-organismen. Met de pH-waarde kunnen we dit proces controleren.

Als de pH-waarde ‘s morgens vroeg relatief laag is (pH 7-8) en ‘s avonds relatief hoog (pH 8-9) dan functioneert het vijvermilieu. De planten zullen goed groeien en het water zal helder zijn.

Wanneer de pH echter ‘s morgens en ‘s avonds even hoog is (pH 9 of hoger), is er sprake van stagnatie: de onderwaterplanten groeien niet en het beeld is een vijver vol algen.

Na het groeiseizoen zal de pH-waarde dalen. De groei van waterplanten (en algen) stagneert.

Zij nemen dus geen CO2 meer op. Het CO2-gehalte in de vijver zal daardoor langzaam toenemen.

Indien de GH-waarde (zie hoofdstuk GH) hoog genoeg is, kan het teveel aan CO2 zich binden tot carbonaat en zal het milieu niet verzuren. De pH-waarde komt niet onder de pH 7.

Is de GH-waarde echter te laag, dan is er onvoldoende calcium aanwezig om het overtollige CO2 te binden. Het milieu verzuurt en er treedt zuurstof gebrek op.

Nitraten en fosfaten.

Nitraten en fosfaten zijn primaire voedingsstoffen voor plantaardige organismen. Dat wil dus zeggen voor alle waterplanten in de vijver, maar ook voor de algen.

Nitraten en fosfaten komen op diverse manieren in het vijvermilieu terecht. De grootste hoeveelheden komen vrij bij de afbraak van organische bestanddelen (plantenresten, bladerloof etc.) door micro-organismen.

Alle stoffen waaruit het blad is opgebouwd (de biomassa), komen bij dit proces weer vrij in het milieu. Naast vele sporenelementen en mineralen zijn dat stikstofverbindingen (nitraten) fosfaten en koolstoffen (CO2).

een goed functionerend milieu, met voldoende plantengroei, vormen deze terugkerende voedingsstoffen geen probleem. De waterplanten nemen de voeding op en zetten die om in bladgroen.

Wanneer echter de hoeveelheid voedingsstoffen zodanig toeneemt dat de aanwezige waterplanten niet meer alles kunnen opnemen, ontstaat er een probleem. Voedingsoverschot betekend automatisch algengroei.

Hoe groot of hoe klein de vijver ook is, er zal regelmatig onderhoud moeten plaatsvinden. Het belangrijkste onderhoud plegen we in het najaar. We moeten de vijver dan "oogsten" van een teveel aan organische bestanddelen.

Overigens ontstaat een voedingsoverschot niet alleen door een bovenmatige hoeveelheid organische bestanddelen, maar vooral ook door stagnatie van de plantengroei of door simpele feit dat er niet voldoende planten in het milieu aanwezig zijn.

Stijgende concentraties van nitraten en fosfaten zijn voor het vijvermilieu een probleem, en altijd de oorzaak van algengroei.

Er is eigenlijk maar één goede remedie tegen en dat is het aanbrengen van veel meer groeiende waterplanten. Daarbij moet de vijver in het najaar "geoogst" worden.

Water heeft een bepaalde kwaliteit nodig om geschikt te zijn voor de vijver. De belangrijkste waardes voor vijverwater zijn: -ZUURSTOF is o2 -ZUURTEGRAAD is pH. De ideale pH voor vijverwater ligt tussen 6,8 en 7,8 graden ph. -TOTALE HARDHEID is GH. De ideale GH voor vijverwater ligt tussen 10 en 15 graden GH. -KARTBONAATHARDHEID is KH. De ideale KH voor vijverwater ligt tussen 6 en 11 KH. -NITRIET is NO2. De ideale NO2 waarde voor vijverwater is 0. -NITRAAT is NO3. De ideale NO3 waarde voor vijverwater is 0. -AMMONIAK is NH4. De ideale NH4 waarde voor vijverwater is 0.

Vorm

De vorm van een vijver is niet van wezenlijk belang, mits die vorm maar eenvoudig is. Sommige van de gegeven voorbeelden zien er wel wat ingewikkeld uit, maar in wezen zijn het rustige geometrische vormen.

Over de situering van een vijver is, in het hoofdstuk tuinontwerpen, al het een en ander gezegd. Het hoogste ideaal van een tuinarchitect is een vijver zo te ontwerpen en te situeren, dat men de indruk krijgt dat die vijver er al lag, voordat de tuin ontworpen en het huis gebouwd werd.

Aan die natuurlijkheid kan een goed gekozen vijverbeplanting veel bijdragen. Vooral de planten die om de vijver staan, moeten echte oeverplanten zijn, of op zijn minst de indruk wekken bij het water te behoren. Dit laatste kan met een aardig voorbeeld worden verduidelijkt.

Men stelle zich een kunstmatige vijver voor die ruim boven het grondwater ligt. Die grond is dus niet drassig en daarom kan een Iris germanica daar goed gedijen, want een Iris germanica houdt niet van natte grond, maar hij lijkt wel aardig op zijn familielid Iris pseudacorus en dat is wel een echte oeverplant.

Als er sprake is van een echte natuurlijke vijver en een natuurlijke oever, dan moet men zulke grappen vanzelfsprekend niet uithalen.

De bereikbaarheid van een vijver is niet alleen van belang voor het van nabij bewonderen van de waterplanten en de vissen, maar ook voor het onderhoud.

Afmeting

De vraag hoe groot een vijver moet zijn in relatie tot de afmetingen van de tuin, kan eenvoudig worden beantwoord. Een vijver is nooit te groot en nooit te klein voor een tuin en een tuin is nooit te groot en nooit te klein voor een vijver.

Situering

Een vijver moet in de volle zon liggen, maar aan de noordzijde van een kleine vijver mag wel een toepasselijke struik staan en aan de oevers van grote vijvers mogen zelfs enkele flinke struiken of een boom staan.

Als de omstandigheden het toelaten, is het aantrekkelijk om een vijver zo te situeren, dat hij vanuit de woonkamer goed zichtbaar is. Als bovendien bij de vijver nog een zitgelegenheid gemaakt kan worden, is dat de mooiste combinatie.

Hoogteligging

Hoewel het logisch lijkt, is het beslist niet noodzakelijk, dat de vijver op het laagste punt van een tuin wordt aangelegd. Het kan zelfs zeer charmant zijn als een vijver een eindje boven de daarbij gelegen zitgelegenheid uitsteekt.

Uiteraard gaat het dan om een kunstmatige vijver, want bij een z.g. natuurlijke vijver is de waterhoogte afhankelijk van het plaatselijk grondwaterpeil.

Vijverdiepte

De optimale diepte van een vijver is ongeveer 100 cm. Niet alleen omdat sommige belangrijke waterplanten die diepte verlangen, maar ook om kikkers, vissen en andere waterdieren in strenge winters een betere overlevingskans te geven. Ook is de kans op ongewenste algenvorming en Eendekroos geringer dan bij ondiepe vijvers.

Waterstand

De mooiste waterstand bij kunstmatige vijvers is, als het water enkele centimeters onder de vijverrand staat. Het hemelwater is niet toereikend om het water constant op dat peil te houden.

Het is daarom nodig om ongeveer eenmaal per week de vijver bij te vullen. Door bij warm weer het water met kracht in de vijver te spuiten, kan het zuurstofgehalte ook nog wat worden opgevoerd.

Tenslotte moet als het ware strijkend over het wateroppervlak worden gespoten om stof en andere ongerechtigheden weg te vegen.

Waterverversing

Waterverversing vijver Slechts in bijzondere gevallen is het noodzakelijk om het vijverwater te verversen. De geschiktste tijd is dan november-december.

Of dit met leidingwater of met hemelwater geschiedt, maakt niet zo veel uit, want beide hebben voor- en nadelen. Hoogstens geniet leidingwater enige voorkeur.

Een overloop is zelden of nooit nodig. Door het plaatsen van een circulatiepomp kan men o.a. een kleine waterval creëren. Een fontein is ook mogelijk, maar die mag dan niet hoger spuiten dan een paar decimeter, omdat een hoog opspuitende fontein nadelig is voor sommige waterplanten.

Een circulatiepomp biedt het voordeel dat het zuurstofgehalte op peil blijft, maar heeft het nadeel dat nuttige micro-organismen door de pomp worden aangezogen. Eerlijk gezegd is dit nadeel veel groter dan het genoemde voordeel.

Als de pomp vlakbij de waterval wordt opgesteld, levert dit nog het minste nadeel op. Het is in ieder geval verstandig om de pomp niet te vaak aan te zetten.

ALGEN:

Groen water, ik noem dit vaak erwtensoep, wordt veroorzaakt door zweefalgen, dit zijn microscopisch kleine eencellige plantjes. Deze algen komen van nature in alle water voor, dus regenwater, grondwater en ook in leidingwater.

Omdat de algen kleurloos zijn lijkt dit water helder. Als er licht in het water komt en de temperatuur stijgt boven de 8 graden C., dan gaat dit kleine algje groeien, als het volgroeid is, kleurt het. Omdat er ontzettend veel algen in het water zitten wordt het water soepgroen.

Als het water in de vijver weer kouder wordt, sterven de algen en wordt het water weer helder. Dit is de oorzaak, dat veel groene vijvers in de winter weer helder worden.

WIEREN:


Wieren worden vaak in de volksmond draadalgen of flap genoemd. Ze kunnen alleen in helder water leven en komen altijd van buiten in het water, doordat kiempjes in stof en grond zitten dat in het vijverwater komt. Er is een  grote verwarring rond algen en wieren omdat ze in het spraakgebruik door elkaar worden gehaald.

Wieren kunnen explosief groeien en de andere planten overwoekeren. Als er te veel komen kunnen ze handmatig worden verwijderd.

ALGEN BESTRIJDEN:

We hebben gezien dat de groene kleur van water wordt veroorzaakt door het kleuren van de algen. Om het water helder te houden moeten we dus iets verzinnen om dit te voorkomen. Ik heb reeds veertig jaren geleden de oplossing gevonden.

Als de vijver wordt gevuld met water (bij voorkeur leidingwater) en er worden zo snel mogelijk (binnen 24 uren) voldoende en goede zuurstofplanten in het water gezet, dan zal het water helder blijven.

Voldoende betekent 4 bosjes of 1 mandje per 1000 liter water. Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens) is de belangrijkste zuurstofplant, 3/4 van de benodigde hoeveelheid gebruik ik als basisbeplanting en ik vul dit dan aan met andere soorten.

De meeste zuurstofplanten kunnen niet tegen verzuring van het water. Zorg er dus voor dat U geen materialen of producten gebruikt die het water verzuren.

WAT DOEN ZUURSTOFPLANTEN:

Zuurstofplanten hebben drie hoofdtaken. 
1. Ze halen voedingsstoffen uit het water, daar groeien ze van. 

2. Door middel van het assimilatieproces produceren ze zuurstof, van levensbelang voor het onder waterleven. 

3. Ze produceren een "remstof" die er voor zorgt dat algen niet kunnen groeien (allelopathie). Vooral deze laatste functie is van belang voor het helder houden van het water. Als de algen niet kunnen groeien, kunnen ze ook niet groenkleuren en blijft het water dus helder.

VOEDINGSSTOFFEN:

De hoeveelheid voedingsstoffen in het water drukken we uit met het begrip DH (Duitse hardheid of algemene hardheid).

Vraag even bij Uw waterleverancier naar de DH in Uw leidingwater. Als de DH hoger is dan 12 hoeft U nooit bij te mesten. Is de DH lager dan 12 dan kunt U bijmesten met VIJVERSCHOON.

Op de bus staat hoeveel U dient te gebruiken. Dit mag maar 1 maal per jaar, het liefst in het voorjaar
VISSEN:

Zuurstofplanten zijn van levensbelang, koop dus geen vissen die de planten opeten. Wilt U dus karperachtigen in Uw vijver, dan zult U een heel ander type vijver moeten maken.

De meest ideale vijvervis is nog steeds de goudwinde. Doe niet te veel vissen in Uw vijver en wacht 4 weken voor U ze uitzet. Ik heb hier de volgende formule voor: de eerste 5 m2 wateroppervlak 2 vissen per m2, voor iedere volgende 5m2 2 vissen per 5m2


HOE KRIJG IK MIJN VIJVER WEER GOED:

Als het water in Uw vijver groen is of het was vorige jaar groen, zult U helemaal opnieuw moeten beginnen. Wacht tot eind april, informeer of de goede zuurstofplanten verkrijgbaar zijn en ga dan pas aan de slag.

Alles zal uit de vijver moeten, zowel het water als de blubber. Mandjes met zuurstofplanten en waterlelies die nog goed zijn, kunt U weer gebruiken. Zorg dat ze tijdens het schoonmaken niet uitdrogen, U kunt er een krant omdoen en dan plastic zodat de planten niet verdrogen.

Dweil de vijver uit, zodat alle water en modder er uit zijn.
Vul de vijver weer met leidingwater en zet zo snel mogelijk de goede zuurstofplanten in het water.  Omdat in leidingwater niet het noodzakelijke micro-organisme aanwezig is dient U een enting toe te voegen.

Een enting is een zak water uit een andere gezonde heldere vijver. Als de DH lager is dan 12 kunt U nu ook Vijverschoon en zout toevoegen.
 

 VOORJAARS-ADVIEZEN

Zodra eind maart het lente gevoel begint te kriebelen gaan we ons weer bezig houden met onze vijver. Wat voor u belangrijk is om te weten is dat algengroei al begint bij een watertemperatuur van 8 graden Celsius, terwijl de activiteit van zuurstofplanten pas bij 15 graden Celsius op gang komt. Gedurende de tussenliggende tijd zal het water van uw vijver groen worden en als uw vijver per ongeluk over te weinig zuurstofplanten beschikt zal uw vijver groen blijven. U moet dus proberen dat te voorkomen. Daarom adviseren wij u de volgende stappen uit te voeren:

Probeer midden maart - als uw vijver nog helder is - zo veel mogelijk vuil en bezonken materiaal te verwijderen.

Controleer de rand van uw vijver op instromende tuingrond. Als er tuingrond in uw vijver stroomt dat zal uw vijverwater vrijwel altijd groen worden.

In dat geval heeft u geen andere keus dan uw vijver volledig schoon te maken, de rand goed af te werken en opnieuw te beginnen.

Controleer midden maart ook de waterkwaliteit en als de KH of de GH te laag zijn, voer dan een correctie uit met KH-plus en/of GH-plus.

Behandel eind maart het vijverwater met ALGPREVENTIEF. Zoals u bij de productbeschrijving kunt lezen zorgt dit product voor een zonlicht filter, waardoor algen zich niet kunnen ontwikkelen. 

Controleer regelmatig met een vijverthermometer of de watertemperatuur de 15 graden Celsius heeft 
bereikt en hou vanaf dat moment de ontwikkeling van uw zuurstofplanten in de gaten.

Als de hoeveelheid zuurstofplanten voldoende is (3 grote bossen per 1000 liter water), dan zullen de 
zuurstofplanten een grote bijdrage leveren om het vijverwater helder te houden.

Heeft u te weinig zuurstofplanten, bestel dan het benodigde aantal bossen bij.

Enkele punten om verbetering of voorkoming van algengroei te bekomen.

Algengroei, wijst meestal op een verstoord evenwicht in de vijvergemeenschap.

Is het water ondoorzichtig groen geworden dan heeft dat alles te maken met de algenvorming. In erge gevallen dient de HELE VIJVER schoongemaakt te worden !!!
Laat men namelijk een laagje water in de vijver staan, dan zal binnen de kortste keren het nieuwe water weer een groen soep worden.

HET KOMT ER OP NEER DE ZUURSTOFPLANTEN TE PLANTEN VOORALEER HET WATER GROEN IS GEWORDEN ... 

Overmatige algenvorming komt het meest voor in nieuw aangelegde vijvers en in vijvers waar het biologisch evenwicht is verstoord geraakt. Soms wordt in het voorjaar de vijver al na 14 dagen groen, in de zomer soms al na 5 dagen. 

Ook bij bestaande vijvers die een goed biologisch evenwicht hebben kunnen algen zich plots ontwikkelen:

- door het werken in de vijver bijvoorbeeld warrelt er stof rond dat het goed functioneren van de zuurstofplanten verhindert.
- men mag ook niet zonder meer water bijvullen, ook dit kan het evenwicht verstoren.

Algen zijn primitieve waterplanten waarvan de sporen in ELKE DRUPPEL water, of dat nu zoet of zout water is, zitten. Algen leven van voedingszouten en mineralen, net als de zuurstofplanten. Indien de omstandigheden gunstig zijn dan gaan ze groeien. Goede omstandigheden voor algengroei zijn een temperatuur boven 8 ° C en blootstelling aan licht en lucht. In de winter zal je dus weinig last van algen hebben. In de herfst wanneer het kouder wordt, sterven ze af.

Verbetering of voorkoming kan door bijvoorbeeld

  • meer planten 

  • minder vissen 

  • extra toevoer van zuurstof door middel van een zuurstofpompje 

  • watervlooien uitzetten; deze waterdiertjes zijn gerenommeerde algeneters. 

  • ander algeneters zijn oorvormige poelslakken en posthoornslakken 

  • de vijver in het begin vullen met voedselarm regenwater 

  • humusarme voedingsbodem gebruiken zonder organische of kunstmest, maar WEL met verzurende turfmolm

  • nooit water verversen 

  • in het water gewaaide boombladeren er voorzichtig uitharken 

  • waterbedekking met drijvende planten of bladeren van de waterlelie, waardoor er onder water schaduw ontstaat.

     HOE EEN OVERMATIGE VORMING VAN ALGEN KAN VERMEDEN WORDEN 
    (zgn .algen bloei) 

BIJ HET VULLEN EN BEPLANTEN VAN DE VIJVER

Vooral met het vullen te beginnen kijkt u even de waterstand van uw meter
na. Na het vullen kijkt u weer en weet u ongeveer hoeveel water er in de vijver is gegaan. Test de waterhardheid en de ph waarde : zie GH en PH. Als de vijver gevuld is gaan we reeds binnen de 24 uur de zuurstofplanten aanbrengen. Wacht men bijvoorbeeld in de zomer langer dan 24 uur, dan is het milieu al overstuur; het water kan dan ondanks de zuurstofplanten, soepgroen worden en de planten gaan verslijmen door gebrek aan licht en voedsel.
 

Chemische bestrijding

In principe zijn we tegen deze middelen. De industrie heeft handig ingespeeld op de problemen van groene vijvers. Er zijn middelen die algen oplossen, maar binnen enkele uren is het water dan meestal volkomen dood. De meeste bacteriën maar ook 
de watervlooien zijn ter ziele gegaan. Na ongeveer 2 weken zal het water opnieuw groen worden. Vissen kunnen licht van kleur worden, zelfs wit in de kieuwen, en in het ergste geval ontsteken de ogen.

HET BESTE ADVIES is dan ook de vijver schoonmaken, volledig opnieuw
beginnen, voldoende zuurstofplanten gebruiken, ent levende bacteriën en zet watervlooien uit.

zijbanner2.jpg

Copyright © 2015. All Rights Reserved.