Van Veen tot Turf

 

In Zuid-Groningen, Oost-Drenthe, Zuidwest-Friesland, Noord-Overijssel en de Peel in Limburg waren vroeger uitgestrekte gebieden bedekt door hoogveen maar het grootste gedeelte daarvan is nu afgegraven.

 

Laagveen

Laagveen is veen dat in aanraking staat met het grondwater en het wordt in een komvormige diepte of laagte gevormd dat beneden de grondwaterspiegel ligt. Laagveen kan ontstaan doordat het oppervlaktewater verlandt. Het laagveen heeft zich vaak ontwikkeld in de laagvlakte van West-Europa op plaatsen waar vroeger hoogveen afgegraven werd. Laagveen kan na verloop van tijd zich ontwikkelen tot hoogveen.

Dit gebeurt als het laagveen zo dik wordt dat de plantengroei afgesloten raakt van het grondwater en is vanaf dat moment hoogveen. Het laagveen krijgt dan het nodige voedsel binnen uit het regenwater. Ook kan laagveen ontstaan uit hoogveen doordat de bodem daalt. De bodem van het hoogveen daalt onder invloed van het grondwater.

Een paar laagveengebieden zijn de plassengebieden van West-Nederland, zoals de Vechtplassen en van Noordwest-Overijssel. Grote delen van Nederland en België bestonden oorspronkelijk uit laagveen. Vanaf de Middeleeuwen is het meeste laagveen afgegraven.

Laagveenlandschap

Het laagveenlandschap is een landschap dat ontstaan is doordat laagveen afgegraven werd voor de winning van turf. Er werden voor ontwatering dwarssloten gegraven vanaf een weg, een dijk, een oeverwal of vanaf een kanaaloever het veenmoeras in. Het werd ontwaterd zodat het droge veen voor brandstof gebruikt kon worden.

Het hieruit gehaalde veen werd op smalle stukken land gedroogd tot turf. Deze smalle stukken land werden vroeger ribben of legakkers genoemd. Het gedroogde veen werd dan met een schip naar de stad gebracht.

Soms ontstonden er veenplassen doordat de legakkers te smal waren. De legakkers werden dan bij storm weggeslagen. Deze gebieden zijn nu vooral graslandgebieden. Dit komt omdat de grond door de droogte is gedaald.

 

Hoogveen

Hoogveen is zeldzaam geworden. Hoogveen is plantaardig materiaal en dat wordt gebruikt voor turf. Hoogveen is, zoals we al eerder zeiden, veen dat gevormd wordt op plaatsen die boven de grondwaterspiegel liggen.

De plantengroei in het hoogveengebied wordt gevoed door regenwater dat niet goed genoeg door de ondergrond kan wegstromen. De plantengroei is in het hoogveengebied anders dan in het laagveengebied. Dit komt omdat het hoogveengebied moet leven van regenwater waar weinig voedingsstoffen in zitten.

Het hoogveen is niet vlak zoals het laagveen. De plantengroei bij het hoogveen bestaat vooral uit veenmossen. Aan de bovenkant van het veen groeien deze mossen steeds weer aan, terwijl de oudere mossen afsterven. De moslaag kan op de minerale ondergrond tot tien meter dik worden. Het aantal levende hoogvenen wordt snel minder als het ontwaterd wordt.

 

Hoogveenlandschap

Het hoogveenlandschap is een landschap dat ontstaan is doordat hoogveen afgegraven werd voor de winning van turf. Dit werd gedaan vanaf 1600 en vooral tijdens de Industriële Revolutie. In het hoogveengebied werden hoofdkanalen en zijkanalen gegraven voor de ontwatering van het veen voor de afvoer van turf.

De bouw van het veen en waar andere soorten voorkomen

Je kunt het hoogveen herkennen aan heuveltjes van veenmos. Als het veenmos te hoog wordt, dan kan het geen water meer vasthouden en dan droogt het veenmos uit. Dopheide en andere soorten planten zorgen er daarna nog voor dat het veen sneller wordt afgebroken. De oudere heuveltjes zakken dan in en worden kuilen. Dit proces herhaalt zich voortdurend en kan duizenden jaren doorgaan. Het veenpakket groeit langzaam met vaak niet meer dan gemiddeld 1 mm per jaar.

In Europa kunnen, van het westen naar het oosten, vier hoofdtypen hoogveen worden onderscheiden:

Spreihoogveen in het westen van Ierland en Engeland
Vlak hoogveen in gebieden zoals Nederland
Echt hoogveen op veel plaatsen in het binnenland van Europa tot in bergachtige gebieden zoals de Ardennen
Boshoogveen in hoger gelegen bosrijke vlakten
Ontgonnen hoogveenlandschap

Door de winning van turf zijn in Nederland erg vlakke gebieden ontstaan, waarin nog niet afgegraven stukken veen uitsteken. De ondergrond van een ontgonnen veengebied (een voor het eerst bebouwde veengebied) bestaat uit niet-ontgonnen veen of uit dekzand. Hierop zit een 50 cm dikke veenlaag.

 

Turf

Turf is gedroogde veen. De afgegraafde veen werd in Nederland en in België al in de middeleeuwen naar het buitenland vervoert, maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer.
De droge of hoge vervening is het afgraven van hoogveen.

Dit gebeurde vooral in Groningen, Friesland en Drenthe, vaak op veenderijen. Veenderijen zijn turfwinningsbedrijven. Tot in de zandondergrond werden hoofdkanalen en zijkanalen gegraven. Die zij- en hoofdkanalen worden ook wel wijken genoemd. Ze dienden voor de afwatering en voor de afvoer van turf. Na de ontwatering door smalle slootjes, werd het veen gestoken gedroogd.

Dit is steekturf. Het natte of lage veen werd uitgegraven. Door het uitgraven van laagveen ontstonden plassen. Het veen werd gestoken of gebaggerd en op legakkers gedroogd. Legakkers zijn smalle eilandjes in een veenplas. Nadat het veen opgegraven was, moesten deze legakkers de golfslag breken, maar ze zijn vaak juist door de golfslag weggeslagen. Turf wordt nog steeds gewonnen in onder anderen Ierland, Zweden en de Verenigde Staten.

 

Verlanding

Verlanding is het dichtgroeien van de oppervlakte van het water door de vegetatie en de veenvorming daarna. De snelheid van de verlanding is van vele invloeden van de omgeving afhankelijk. In een grote plas bijvoorbeeld speelt de golfslag een belangrijke rol, waardoor de plantengroei beperkt wordt. In een diepe plas kan het licht en de lage temperatuur op diepere delen van de plas de vegetatieontwikkeling beperken. In voedselarm water is er weinig plantengroei en kan de verlanding leiden tot hoogveenvorming. Dit gebeurt als de vegetatie boven het waterniveau uitgroeit en dan alleen nog door het regenwater gevoed kan worden.

 

Veenplas

Een veenplas is een meer dat ontstaan is doordat smalle stroken land bij storm door oeverafslag verdwenen. Op die smalle stroken land werd turf gedroogd. In Nederland werd vooral de noordoostzijde aangetast door de strenge zuidwestenwind. Later zijn deze veenplassen vaak drooggelegd tot droogmakerijen. De veenplassen die niet zijn drooggelegd, worden nu voor recreatie gebruikt.

 

Humus

Humus is een zwarte massa van vergane plantenresten. In de humus kun je de planten die er in zitten niet meer herkennen. Humus in de bodem is erg belangrijk voor de plantengroei want humusgronden zijn erg vruchtbaar. Het versterkt van vele zandgronden het vermogen om voedingszouten te binden. Het humusgehalte verschilt van minder dan 1% in bijvoorbeeld gronden in droge streken en tot 30% of meer in veenachtige gronden.

 

Veenbes

Veenbes is de naam van het plantengeslacht Oxycoccus. Oxycoccus is Grieks en betekent zuurbes, want oxus betekent zuur en kokkos betekent bes. Er zijn ongeveer vier verschillende soorten en ze leven alle vier op het noordelijk halfrond. In Nederland en België komt de veenbes heel weinig voor op het levende hoogveen. De veenbes kan 15 tot 50 cm hoog worden. De vruchten zijn eetbaar en worden ook op Terschelling geoogst.

 

Lagune

Een lagune is een water of strandmeer dat door riffen of schoorwallen van zee afgesloten is. Een lagune kan wel rechtstreeks of niet rechtstreeks verbonden met de zee zijn. Een lagune is dus van de open zee gescheiden door een strandwal of door een rij eilanden, maar er is bijna altijd een directe opening of er zijn meerdere openingen naar zee. Een lagune die dicht bij de opening van de zee ligt, die heeft ongeveer het zelfde zoutgehalte als de zee zelf maar lagunes die verder van de openingen afliggen, die worden dan geleidelijk zoeter.

De lagunes die verder van de openingen naar zee afliggen kunnen zoet zijn, doordat bijvoorbeeld rivieren in die lagunes uitmonden, of juist zouter, vooral in gebieden waar een sterke verdamping plaatsvindt. De bodem van de lagune ligt onder het niveau van gemiddeld laagwater en is erg ondiep. Ondiepe kustlagunes kunnen snel dichtslibben door bijvoorbeeld rivieren. Toen er meer en meer planten gingen groeien in de lagunes, groeiden de lagunes dicht. Op de bodem werden de dode planten opgestapeld en vormden een dikke laag veen. Hier bovenop groeiden weer planten.

Dit gebied werd op den duur een moerasbos.
Het was voor de mensen niet zo moeilijk om dit gebied te ontwateren. Ze hoefden alleen maar een sloot te graven naar de zee, door de duinen en het water stroomde vanzelf weg.

 

Droogmakerij

Een droogmakerij is een poldergebied dat ontstaan is door het leegpompen van meren of delen van de zee. Dit gebeurde vooral vanaf de zestiende en zeventiende eeuw. Gebruikelijk hierbij was de windwatermolen.

Droogmakerijen bevinden zich in de veengebieden van West-Nederland. Ook de IJsselmeerpolders zijn droogmakerijen. Deze polders liggen 4 tot 6 meter onder het NAP. De bodems van de droogmakerijen in West-Nederland bestaan uit oude zeeklei en de bodems van de ijsselmeerpolders uit jonge zeeklei.

Als eerste (voor 1650) werden de Beemster, Schermer, Purmer en Wormer drooggelegd. Gunstig van het droogmalen was dat nu ook weer veen kon worden afgegraven. Veel van de droogmakerijen zijn drooggelegd met behulp van geld van rijke kooplieden.

 

Bron. Het Nederlandse landschap.


 Het is leuk vertoeven in Emmer-Compascuum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Bron: DAVA

Bron: Louis Stroobandts


 

 

Copyright © 2015. All Rights Reserved.