Gedichten

 

 

Gedichten en verhalen

Avond verlangens

Mijn wieg stond in de Lente,
ongemerkt kwam de Zomer,
Herfst spoed zich met haast voorbij,
reeds maakt de Winter zich voelbaar.

Gedachten voelend in de schemering van denken
het verleden als in een waas gehuld.
Doch vormen blijven zichtbaar,
dragen gedachten van een vroegere tijd,

De avondschemering komt aangeslopen,
verhult alle vormen, laat ze in elkaar overvloeien.
Gedachten dwalen, nauwelijks bewust dat ze er zijn.
Gedachten als spinsels in elkaar geweven

Heerlijke gedachten, als heimwee in een lied
naar een tijd die zo dierbaar was.
Afscheid moest worden genomen, afscheid deed zo veel verdriet.
Rest slechts nog de herinnering waarin geen pijn verstomt
In de avondschemering zingt een merel zacht een weemoedig lied
 
 
 De lente

Zie toch, het is voorjaar, de eibers zijn al gekomen,
reeds wringen knoppen zich uit de loten.
Een zwoele bries zweeft door t'geurend bos,
streelt de knoppen, brengt de herinnering los,
ontvouwt bloemen, maakt wakker die nog dromen.

Een bloemengeur stijgt uit t'wildboeket omhoog,
een wazig groen verjongt de bomen
om aan de waterkant dotters te omzomen,
hun geel met groen als kleuren uit de regenboog.

Oh Lente wat heb ik toch uw komst verbeidt
wat scheen de winter lang te toeven.
De kou, de kilte bracht in deze boze tijd,
het leven tot in de groeven.

Maar zie nu, het leven is opgestaan,
opgestaan als uit de doden.
Er vangt een nieuwe leven aan
want de Lente is gekomen.
 
 
 
 De Tortel!

Het is alweer een aantal jaren geleden maar voor mij blijft het altijd nog een wonder.

Ik kreeg vier tortels aangeboden in een grote kooi, twee witte en twee beige vogels, turkse tortels. De witte en beige vogels waren exact gelijk maar wel duidelijk turks van afkomst.

In dezelfde periode, enige maanden later, kreeg mijn moeder ook een turkse tortelduif ergens van uit de familie omdat ze vonden dat mijn ouders zich de verveling moesten verdrijven.

De vogels verging het enige jaren uitstekend, tot dat ik, door voorjaar kriebels gegrepen, ineens het groene idee opvatte dat de tortels niet in een kooi moesten, zelfs niet in een grote ren, nee, ze moesten de natuur in.

Voor mijn vier tortels was de dag der bevrijding gelijk aan gebroken en binnen een kwartier tijd cirkelden ze rondom ons huis, wat een vrijheid, wat een genot!

Maar het genieten was van korte duur, steeds moest ik naar buiten om katten weg te jagen want die domme tortels bleven gewoon poseren voor die enge grijpbeesten.

Ze wilden steeds weer het huis naar binnen gaan, maar dat wist ik te verhinderen mede door hun voer buiten neer te zetten, waar ze samen met de mussen kilo's verslonden.
Na verloop van enige maanden en vele, vele, kilo's voer, begonnen ze in een vledder/vlier/vleer struik te nestelen, nou ja nestelen, zij probeerden het en ik moest het nest uiteindelijk maken.

Veel jongen kregen ze niet groot, maar toch met onze gezamenlijke inspanning lukte het om enige aan het vliegen te krijgen.

Toen het broeden voorbij was vlogen ze ineens vrolijk weg en lieten mij als een gebroken mens achter, het broeden en het groot brengen van de jonge vogels, was meer mijn zorg geweest dan dat van die tortel beesten.

Intussen verging het mijn ouders en hun tortel uitstekend, ze hadden achter de kachel een stok onder de schoorsteen gemaakt, kranten er onder en daar zat mijnheer de tortel op zijn gemak.

Eten deed hij naar keuze of zijn tortelduiven zaad of hij wandelde over de tafel en at de koekjes van mijn vader of moeder op.

Met mooi weer zaten ze dan gedrieën buiten (mijn ouders en de tortel, en hij peinsde er niet over om weg te vliegen.

Totdat ook voor hem de grote vrijheid gloorde, er kwamen gasten bij mijn ouders, ja zelfs voor enige weken, dit werd teveel voor mijnheer tortel en dus ging hij in zijn (grote) kooi bij ons in de hal wonen.

Ik zag al direct dit is mijn kans om hem vrij te krijgen en na een week lang ''overleg'' tussen mijn moeder en mij, kwam zij tot het besluit dat ik de tortel dan maar vrij moest laten.

Met grote tegenzin ging hij naar buiten, en ik maar jagen, toe vlieg op ga je vrijheid tegemoet.

Na enige weken, zonder voedsel verstrekking, ging hij weg en bleef weg, wat een opluchting dat was mooi gepiept.

Vele malen keek mijn moeder mij verwijtend aan, vooral wanneer het over tortels ging, maar ja voor de natuur moet je wat over hebben, is het niet?

Mijn vader was ondertussen overleden zodat mijn moeder vaker bij ons een kopje koffie kwam drenken, wij spraken over vogels en …tortel duiven, er waren twee zomers en twee winters voorbij gegaan, ik wist nu wel zeker dat het een wilde duif was geworden of hij was opgegeten door roofvogels.

Mijn moeder keek nog altijd uit naar de dag dat hij terug zou komen hoe ik ook vertelde dat het onzin was.

t,Was een mooie dag, s,morgens omstreeks 10 of 11 uur, we zaten weer samen bij ons in de keuken koffie te drinken, ineens vloog er een vogel vlak voor de raam langs, mien doeffie zei moeder en rende naar haar voordeur om hem binnen te laten.

Ik geloofde er geen steek van en riep dat kan niet, het is gewoon een of ander vogel of vreemde duif.

Mijn moeder ''ik vond haar eigenwijs'' opende toch de deur en tot mijn grote verbazing, die mij bijna sprakeloos maakte, zat daar een tortelduif. Kom maar, kom maar zei ze en opende de deur naar haar kamer, de tortel wandelde naar binnen alsof hij nooit was weg geweest, vloog direct weer op zijn stokje onder de schoorsteenmantel (want die wilden mijn vader en mijn moeder, ook niet na mijn vaders overlijden, er niet weg hebben en er bleven al die jaren kranten liggen en voer staan).

Tortel was vanaf het eerste moment weer helemaal in zijn nopjes vrat weer de koekjes en kruimels van de tafel en at zo uit de hand als of hij nooit was weg geweest.

Nog jaren en jaren bleef hij mijn moeder trouw, wilde absoluut niet meer de deur uit, trok de poes de snorharen er haast uit, at wellicht meer lekkere dingen dan goed voor hem was en is op zeer hoge leeftijd gewoon thuis overleden.

Ik heb het gezien, ik was er bij, ik nam er aan deel, maar kan het nog nauwelijks geloven dat na twee zomers en twee winters de tortel terug kwam en mijn moeder ze wist het ze voelde het, al die jaren wachtte ze op hem en hij kwam terug!!

ik hoop dat uw ogen wijd open zullen staan bij het aanschouwen en aanvoelen van onze Boeiende Natuur.
 
 
 
 Diana

Mijn leven, een kort moment
Een ademtocht der eeuwigheid
Toch was ik daar, heb mijn liefde gegeven
Smachtend hopend op wederkerigheid

Mijn leven een kort moment
Oh mijn volk, ik heb van u gehouden
Drukte u aan mijn hart
Stilde het leed wie op mij bouwden

Niet als Prinses ben ik geboren
Maar door u gekroond met heerlijkheid
Steeg ik op boven hen, d'edelgeborenen
Drijvend op uw aanhankelijkheid

Rust was voor mij niet te vinden
Mijn leven was niet voor mij alleen
Ik werd gejaagd als een hert met zijn hinden
En keer niet meer levend tot u heen

Nog eenmaal zal ik als Prinses voor u verschijnen
Getooid met bloemen van uw liefde blijk
Uw Prinses, gewassen door uw tranen
Eindelijk rust in t'dodenrijk

De dag dat Prinses Diana verongelukte
 
 

 Een Woningloze

Alléén in mijn gedichten kon ik wonen
Nooit vond ik ergens anders onderdak
Een eigen haard was nooit mijn zwak
Slechts onder struiken mocht ik dromen

Aléén in mijn gedichten kan ik wonen
Zolang ik weet dat in de wildernis
in steppen, stad en woud dat onderkomen
is te vinden vinden, deert mij geen bekommernis.

Het is voor mij nog even dromen
maar reeds is de tijd dan snel gekomen
Dat voor de nacht mij de oude kracht ontbreekt
en tevergeefs om zachte woorden smeekt

Ik tot de hemel roep om mij nog te bouwen
omdat de aarde mij spoedig bergen moet
En ik mij nu neerbuig naar de plek in vertrouwen
waar mijn graf in het donker openbreekt
 
 

 Fluistering der Hope

Fluistering der gevoelens, oneindig maal herhaald,
hope des levens in bloed soms betaald.
Waar kan ik rusten, waar is mijn kussen,
die al mijn dromen bewaard?
In deze wereld met dood en verderf
is de hoop reeds vervlogen voor,
dat vrede is vergaard.

Tastend en zoekend in een wereld die is verblind
door egoïsme, liefdeloosheid met hardheid bedekt.
Hoor vogels die zingen hun lied onverstoord
zonder te weten of het wel wordt verhoord.
Hun zang brengt moed in een wereld van kwaad
eens zal zij ontkiemen als een fluistering der hoop

Och mocht ik nog eens voelen,
het zaad reeds gezaaid,
dat de hoop weer kan zingen tot vrede gepaaid.
Hoe kan ik anders leven,
dan in een wereld van vree,
waar in mijn dromen zich rijgen tot een hemel
vol licht. Fluistering der Hope mijn liefde voor jou,
die zal ik houden
zelfs als eens mijn leven voor de eeuwigheid zwicht.
 
 

 Groot en uitgestrekt

Groot en uitgestrekt, uitgestrekt zijn de velden zonder einden.
Wolken gevaarten die, in wazige verten, aan de aarde kleven.
Wolken zo hoog als wit besneeuwde bergen, leunend op de velden
der vergetelheid, als vermoeide reizigers der geschiedenis.

De lange, lange tijden der geschiedenis zijn onbeschreven,
ons leven, als in luttele seconden staat zij in de lodentijd der eeuwigheid.
Vergeten kan zij niet omdat er geen herinnering was,
het zijn slechts schimmen, wazige sporen op aarde.

Hoe kan ik het in mijn handen houden?
Heb ik het, reeds vliegt het weg.
Mijn tijd hier is slechts een rimpeling in een oceaan,
een stofje in een eeuwigheid van zand.

Wie draagt haar in herinnering?
Wat is er gedaan, waar ben ik geweest?
Hoe klein zijn mijn sporen in de velden van het bewustzijn.
Ach mocht ik worden gedragen in genegenheid.

Wie ik ben? Ik ben uw geschiedenis, ik ben uw verleden.
Zo weinig tijd hebt u met mij doorgebracht,
werd ik vergeten, weggeduwd in grijsheid der denken.

De wind waait waarheen hij wil en hij neemt al mijn gedachten,
hij voert al mijn gevoelens mee op zijn vlagen der winden.
Ooit zal hij landen en zal ik worden verstaan als een fluistering der hoop.
Maar de wind waait waarheen hij wil!
 
 

 Het Dorp

Emmer-Compascuum

Het dorp waar ik ben geboren
Mijn dorp
Het dorp waar ik lief en leed leerde kennen
a.. Mijn dorp ik heb u lief
Het dorp met zijn lange kale vlaktes,
waar stapelwolken reiken van de Hemel
naar de aarde, in een poging
aard en hemel met elkaar te verenigen.

Hier voelde ik de liefde als een teder zachte
warme-mantel die alles omhult.
Met een verlangen om nooit weg te gaan.
Hier waar mijn hart begon te kloppen
waar ik de dood leerde kennen
waar ik leerde beminnen
voelde het leven in mijn armen.
Mijn dorp Emmer-Compascuum


Waar eens moerassen zich in blauwe verten
aan de hemel verbonden.
Waar alleen de wind fluisterde
in bentetop, wilg, els of berk.
Waar een eenzame vluchteling
het moede hoofd neerlei,
in rustend verlangen.
Ons dorp Emmer-Compascuum


Mijn dorp ik heb u lief.
Wanneer ik uitzie over uw akkers
naar boeren frank en vrij.
Weet ik, hier hoor ik thuis,
dit is mijn thuis.
Och kon ik verhalen wat hier is geschied,
dat is voorbij, keert nooit weerom.
Er gaat geen boot meer terug
Toch wil ik u nooit ruilen mijn dorp Emmer-Compascuum
 
 

 De Koolmees en het spinnetje.

U ziet het vast heel vaak, onze trouwe vriend(in) de Koolmees, steeds maar heen en weer vliegend en overal uitkijken en inkijken naar vliegjes en in de herfst het meest naar spinnetjes.

Ik zat net mijn brood te eten toen een Koolmees vlak bij mij, aan de bovenkant van het raam ging hangen. Hij keek een keertje door het glas en kraag toen ineens alle aandacht voor een balletje in de hoek van het raamkozijn. De Koolmees pikte in het balletje en ineens bliksemssnel viel een spin naar beneden, spreidde zijn pootjes uit (maakte zich breed) en waaide door de wind gedreven, aan zijn reddingsdraad, tegen de muur. De Koolmees vloog vliegensvlug er op af, maar pikte niet in het spinnetje, de mees zocht het spinnetje, zat er vlak bij en deed niets. Na een poosje vloog hij weg. Ik keek weer naar het spinnetje en zag die niet meer zitten. Hoe kon die nou zo vlug verdwijnen?

En ineens was hij er weer, toen was het raadsel opgelost waarom de Koolmees het spinnetje niet op at, het spinnetje had gezeten op de muur, een verdwijn trucje toegepast.

Onze muren zijn aan de buitenkant ruw met allerlei gevormde gaatjes en lijntjes in het oppervlak. In de loop der tijd is in een aantal gaatjes, wat zand en vuiligheid gaan zitten. Onze Spin had de vorm aangenomen van zo'n gaatje en zich plat op de muur drukkend gehoopt dat het zou werken en het werkte.

Is dit toeval? Of heeft zo'n klein spinnetje werkelijk inzicht om de Koolmees te misleiden?

Ik weet het niet, het was de eerste maal dat ik dit zag gebeuren.

Het geeft wel aan hoe boeiend onze Natuur kan zijn.

Jodocus, Felix en Tom, Jodocus is de kat van mijn oudste dochter en Jodocus is een flinke sterke ex kater.

Jodocus doet alles wat niet mag. Jodocus eet kikkers, (vroeger ook padden maar vind die nu vies) ook vangt Jodocus vissen uit het water en is af en toe helemaal nat, doordat hij er invalt.

Jodocus heeft ook veel lust om muizen te eten en brengt zo af en toe een muis naar mijn dochter om samen te delen.

Steeds blijft hij mij verwonderen want hij doet niets aan onze jonge kuikens. Ieder jaar weer opnieuw zien we hoe hij ze volkomen negeert en rustig in het kippenhok uitkijkt naar muizen zonder ook maar een veer(dons) te krenken van/aan onze kuikens.
Dit jaar hadden we negen kuikens en ze leven nog allemaal.

Ook haar kater Felix doet niets aan de kuikens en de buren hun kater Tom helpt hen om de muizen te vangen, maar komt absoluut niet aan de kuikens.

Maar owee de buren hun siameese kater, hij is een nachtmerrie voor mij en de kippen. Zelfs de grote kippen ligt hij te beloeren en alleen dank zij Picasso de haan (die een felle anti siamees is) leven onze kippen nog.

Doch met de andere katten leeft Picasso in vrede.
Neem de tijd en heb de rust om alles in ogenschouw te nemen want wanneer je zelfs de''gewone'' huisdieren bekijkt en aanschouwt, zie je hoe mooi onze boeiende natuur in elkaar zit.
 
 
 

 Onze boeiende Natuur!

Ik had u beloofd om nog wat meer over de groene kikkers te vertellen, deze belofte wil ik met dit artikel inlossen.
De Groene Kikker (Rana Esculenta, opgezocht uit een boek, ik heb dit niet van mij zelf) komt vooral in het water voor dit dus in tegenstelling van de Pad die meer op het land leeft.

Een pad kan goed lopen en niet zo best springen, de kikker daarentegen kan juist heel goed springen, maar lopen?

Ik had nog nooit een kikker zien lopen tot dat….
Ik zat aan de waterkant (op een luie stoel) naar enkele goudvissen te kijken toen ik heel zachtjes iets zag bewegen, vlak voor mij aan de waterlijn.

Heel zachtjes geluidloos kwam er een kikker uit het water op het land kruipen, bleef een tijdje mij beloeren en bij zich zelf overleggen hoe gevaarlijk ik wel kon zijn en kwam tot de conclusie dat ik niet zo gevaarlijk was, en hij ging sluipend, in de tijgersluipgang, richting van een vlieg. Het was werkelijk lopen en dat was de eerste keer dat ik dat zag of opmerkte.

1 Sluipend in de richting van een vlieg en dan stopte hij alsof hij de afstand taxeerde knipperde een keer met zijn oogleden en sprong met een geweldige sprong naar voren om de totaal verblufte vlieg te grijpen.

De vlieg werd ingeslikt, de kikker veegde met zijn tong om zijn bekje en deed weer even de ogen dicht, eigenlijk gaan de ogen niet echt dicht maar er ging meer een vlies voor langs.

Na deze overheerlijke maaltijd wachtte het lieve beestje tot er weer een vlieg in zijn buurt zou komen.

2 Ja hoor daar kwam weer een overheerlijk brokje aanvliegen vlak voor zijn neus, maar nu, nu gebruikte hij een ander tactiek want springen ging niet, de vlieg zat te dicht bij.
Plots schoot zijn tong naar buiten en de vlieg zat er aan vast, dit was pas te zien toen de tong al weer in de bek zat en de vlieg half tussen zijn (lippen?) uit hing.

Echt de tong zien flitsen kon niet vanwege de hoge snelheid.
3 Een derde vreetvaardigheid bezat deze kikker toen hij op een dikke vette vlieg toesloop en de vlieg zomaar in een hap greep en heerlijk op vrat.

Bij zowat elke keer dat de kikker een vlieg opvrat veegde hij zijn bek schoon en kneep zijn ogen toe, van genot?
Juist met warm weer wanneer de kikkers het actiefst zijn komen er meer vliegen op de rand van het water af om op het rand van land en water kleine voedseldeeltjes te zoeken.

Zodra de maag niet meer zo jeukt, gaat de kikker weer het water in om achter enige rietstengels naar mij te kijken en om af en toe een liedje te zingen.

Een kikker kan veel meer dan kwaken, hij kan ook geluiden maken die aan miauwen doen denken of het geluid van vogels een beetje na doen.

Vaak denken we te gering over deze beesten maar ze kunnen en doen veel meer dan wij van ze verwachten.

De natuur is zo prachtig, ga op je buik liggen en ik kom in gedachten naast jouw/u liggen om samen te aanschouwen al de wonderen van onze zo wonderlijke Boeiende Natuur….
 
 

 wie wat ben ik?

Ik sta op de hoogten en zie naar beneden
ik kwam van uit een ver, ver verleden.
Daar ligt mijn oorsprong,
ik was reeds ver voor mijn bestaan!
Als cel waaruit ik ben gebouwd,
als gen die ging van geslacht tot geslacht!

Waar zal ik eindigen, waar niet meer bestaan,
of ben ik reeds verder gegaan?
Ben ik reeds onderweg in geslachten na mij?
Maar vanwaar kwam ik, ik die ging van geslacht tot geslacht?
Ik zie van de hoogten en aanschouw de velden van mijn geest,
de velden waarlangs de mens zich beweegt.

Sta ik hier als geest of als cel,
ben ik van eeuwigheid of de laatste minuut?
Mijn ziel zoekt en dorst naar weten,
doch ziet slechts onwetendheid verpakt in niet begrijpen!
Sta toch op mijn ziel en vang aan de reis die u leidt,
die u leidt tot in ruimten reizend
naar een verre, verre toekomst van niet weten.
 
 

 De Kabouter

Wie heeft er nog nooit de opmerking gemaakt van “had ik maar een kabouter in de tuin”.
Hiermee bedoelen we vaak dat die kabouter dan in de nacht alle werkzaamheden voor ons zou moeten verrichten.

Toch bestaan zulke kabouters, alleen niet in de figuur zo wij ons dat wellicht voorstelden, maar ze bestaan wel.

Indien er iemand voor in aanmerking komt dan is het wel de PAD! De pad is één van de meest nuttige dieren die we maar in onze tuin kunnen wensen.
De pad heeft vele aangename kenmerken, ik zal er enige voor u opsommen;

1. hij vraagt geen vergoeding voor zijn werk
2. hij maakt amper geluid, zodat u rustig kunt slapen
3. hij lust zowat alles, insecten, slakken, wormen enz.
4. hij eet per nacht net zoveel als hij aan lichaamsgewicht weegt
5. hij wordt vaak zwaarder dan 200 gram
6. hij leeft lang vaak wel 12 jaar en kan soms zelfs meer dan 20 jaar oud worden
7. hij zorgt in de winter voor zijn eigen onderdak
8. hij wordt wel 12 cm of meer groot
9. hij heeft prachtige amber/barnsteenkleurige ogen
10. komt steeds weer naar zijn huisje terug
11. is absoluut voor de mens en huisdieren ongevaarlijk
12. u hoeft het ongedierte in de tuin amper meer te bestrijden
13. u kunt hem soms met de hand voeren
14. wellicht herkent hij u ook nog indien hij vele jaren bij u mag blijven wonen
15. luister eens naar zijn verlegen liefdeslied.

Op dit moment wonen er vele honderden padden en kikkers in ons meertje en zodra mijn kleindochter met de handen in het water gaat komt er een mannetjespad kijken of er soms een vrouwtje is.

Hij grijpt zich vast aan haar vingers en schopt andere mannetjes van zich weg.
Soms zet ze er eentje op haar pols als een horloge en wandelt met hem rond.
De natuur in al haar rijkdom met mens en dier.

U bent van harte welkom om eens bij ons rond te wandelen en ons kleine natuur gebied te bewonderen.

Denk alvast eens aan uw tuinkabouter bij u in uw tuin, want er zit er vast wel ergens een verborgen.
 
 

 Dementie

Vlinders in de lucht

Duizend vlinders om mij heen, duizend in de lucht
gedachten ijl en doorzichtig dwarrelen in het rond.
Hoe kan ik ze grijpen, aanraken, vasthouden?
Wazig als in dikke mist, met slierten dansend op de wind.


Een kreet wringt zich uit mijn mond,
een eerste drang tot uiting van gedachten
maar reeds zijn ze voorbij getrokken
als een lange sliert kleurige bonte vlinders.


Groot is mijn verlangen in een veelheid van voelens.
Buiten mij is er niemand, niemand om mijn vlinders te vangen.
Ik ben alleen, zo eenzaam, maar voel mij toch, raak mij aan.
Neem mij en mijn vlinders in jouw armen.


Zie de dood zit reeds in het vensterraam van mijn lichaam.
Nog eenmaal roep ik om hulp, nog eenmaal.
Och mocht nog eenmaal de mist optrekken.
Nog eenmaal zien die mij behoren


Nu is het einde dicht nabij, mijn hand grijpt de vlinders.
Stromen van tranen gaan langs mijn wangen,
ik zie die mij zijn geboren.
Dan dragen de vlinders mij hoog in de lucht,
de dood sluit het vensterraam.

Uitleg:

Vlinders zijn gedachten.
In een kreet komt tot uitdrukking, de krampachtige poging, om toch te communiceren.

Hij wil graag de liefde voelen en in armen worden genomen om de liefde te voelen. Juist daardoor vermindert enigszins de enorme leegt, de eenzaamheid.

Hij beseft dat dit het einde van zijn leven is en de dood reeds op het punt staat binnen te komen.

De dood komt meestal niet via de deur het leven van een mens binnen, nee sluipt meestal stiekem en onverwachts via niet verwachte ingangen naar binnen.

Och mocht nog eenmaal de mist optrekken, d.w.z alles weer duidelijk worden, de gedachten weer onder controle krijgen, weer weten en dan zijn vrouw en kinderen kunnen zien.

Het einde is dicht nabij en zijn hand grijpt de vlinders>>>>betekent dat hij zijn gedachten weer in de hand heeft.

Hij huilt van geluk want hij kan nu zien die hem behoren.
Dan maakt de dood er een einde aan en sterft hij en zijn gedachten, zijn geest gaat omhoog in de lucht naar Hem die ze ook heeft gegeven.

De vlinders
Zie ze vliegen, prachtige mooie dromen, hun leven slechts kort van duur.
Als vliegende bloemen, als vliegende gedachten,
dromen ze voorbij.

Ik wil ze aanraken vasthouden maar dat gaat niet,
ze zijn te kwetsbaar.

In zonneschijn geboren, als bloemen in gedachten ontstaan.
Dansend in de zon met een ritme als van muziek,
muzieknoten over velden als met zon uitgegoten.

In mijn herinnering is steeds gebleven die heerlijke mooie lente dag,
toen ik een kind hoorde zingen over de lente die gekomen was.

Daar bij een huis als van Hans en Grietje zag ik een kind zitten heel alleen
haar heldere stem zong een lente liedje voor duizenden vlinders om haar heen.
En duizend vogels zijn toen gekomen en zongen blijde dat liedje voort
dat zelfs de mensheid moest even luisteren toen het voor eerst iets van de Lente hoort.

Nee nooit heb ik zo goed geweten wat liefde voor de natuur ons biedt
Nu zie ik bomen onstuimig bloeien met heerlijke vruchten in t'verschiet.
Och had ik dit toch eer vernomen dan had ik zeker geen dag gemist,
nu resten mij nog slechts het heden omdat het verleden al is gewist.
Ik zie nu steeds weer kinderen spelen en in verwondering stille staan,
alleen al als ze de vlinders tellen die voor hun ogen dansen gaan.

Dit is mijn herinnering die is gebleven, toen ik ze zag op die mooie dag,
daar bij een huis als van Hans en Grietje hoorde ik die heldere kinderlach.
Omdat de Lente is gekomen met vlinders dansend in de zon
en bloemen met geuren vlinders lokken en roepen kom toch ja kom.
 
 

 Heimwee

Dezelfde wijze als het Engelsvolkslied.

Oh dierbaar plekje grond
waar eens mijn wieg op stond
mijn vaderland.
U die mij woning bood
mij koesterde in uw schoot
mij redde uit nood en dood
mijn Drentheland.

Als ik op 't hoogveen sta
en 't alles gadesla
Bourtangermoor
Fel klopt mijn hart in mij
ik weet hier horen wij
dit is ons vaderland
ons Drentheland.

Mijn Drenthe ik heb u lief
gij zijt die mij verhief
uit slavernij.
Ik vluchte in grote nood
omdat de Staatse schoot
u redde uit de nood
mijn Drentheland.

Daarom zal ik levenslang
u prijzen met gezang
mijn Drentheland.
Hier zijn wij allen één
door alle stormen heen
in 't dierbaar vaderland
ons Drentheland.

Oh dierbaar plekje grond
waar eens mijn wieg op stond
mijn vaderland.
U die mij woning bood
mij koestert in uw schoot
mij redt uit nood en dood
mijn Drentheland
 
 

 Eenzaamheid


Een man gaat voorbij eenzaam gaat hij zijn weg.
Zijn gestalte,gelijk de bomen langs de weg
oud en versleten.
Traag, traag gaat hij zijn weg kijkt niet op of om gaat al maar door.
Zijn leven achter hem is leeg zijn leven voor hem heeft geen gezicht.
Zachtjes waait de wind, koud en droog, de bladeren ritselen aan de bomen.
Vermoeid is hij, van de lange, lange weg.
Vanwaar kwam hij?
Waar gaat zijn weg naar toe?
Langzaam verdwijnt zijn gestalte, verdwijnt aan het einder van de weg.
Langzaam zich oplossend in de nevel.
Moe, ja erg moe.
Zacht klotst het water van de rivier, waarheen mijn vriend?
 
 

 Fluistering in Winden der Eeuwigheid

Storm voorspelt de nieuwslezer, storm en harde wind.
Het klinkt zo negatief "storm" alsof dat zo erg is.

Het is al laat in de avond wanneer ik mijn jas aantrek om naar buiten te gaan. De wind buldert luid om het huis, het is alsof hij soms roept, kom naar mij, kom en luister wat ik zeg.

De bomen zijn net stembanden in een keel, de lucht stroomt langs de stembanden en ze geven geluid. Een geluid waar anderen aan gewend zijn en het verstaan.

De wind waait langs de takken en maakt ook geluid als bij stembanden, maar wie verstaat dat geluid?

Wie luistert er naar de wind? Soms bij een zachte wind is het een fluistering, een vertellen over geheimzinnige verten en lang vervlogen tijden.

Lig eens op een heideveld waar bentetoppen / pijpjesstro in groeien en hoor hoe de wind daar zingt haar lied, een lied veel mooier dan in mensen kelen kan ontstaan. De toon breedte gaat veel verder dan bij ons en het geeft een gelukkig gevoel aan hen die willen luisteren.

Ga naar buiten in de storm of harde wind en luister hoe ieder boom zijn eigen keel geluid heeft en hoe de wind door die bomen luidkeels tot ons roept. Hoe hij ons mee wil voeren naar onbestemde verlangens.

Wie kan die taal verstaan? Wie kan haar vertalen? Waarom krijg ik dat onbestemde gevoel en moet ik naar buiten?

De wind fladdert aan mijn jas en mijn haren wapperen als de manen van een paard.
Het is heerlijk om de wind te voelen, hoe hij rukt en trekt en hoe de bomen staan te trillen in de wind als verliefde jongelui.

Met mijn oren kan ik de wind niet verstaan, maar met mijn gevoel kan ik dat en diep in mij is een verlangen om te luisteren, bij iedere boom weer een andere melodie, een ander verhaal.

En de wind vertelt in die bomen over lang vervlogen tijden, hoe zij kwam van heel ver over bergen en dalen, over enorme vlakten en over diepe wateren.

En dan zingt mijn hart met de wind mee, eerst zacht en beschroomd, maar langzamerhand zingt het uitbundig in mij.

En de wind neemt mijn zingen mee in zijn enorme koren van geluid. Overal waar mijn geliefden wonen of waar mensen troost nodig hebben, daar wil ik mijn lied door de wind laten zingen, een lied een fluistering der hoop.

Uren kan ik buiten lopen door bos en veld. Wanneer ik langs water loop zie ik in de golven de muziektonen van de wind zichtbaar worden.

Ruisend en bruisend gaan zij voort en bij iedere windvlaag veranderen zij in een andere harmonie.

Lieve lezers, lieve natuur vrienden, geef u eens over aan de wind en luister naar die eeuwen oude vertellingen die steeds weer herhaald worden maar ook steeds weer nieuw zijn.

Zie het fijne in alles, in de wind, in de zon, in de regen, sneeuw, hagel of onweer, alles heeft heerlijke kanten om van te genieten.

Laat de nieuwslezers maar kletsen en luister naar de mooiste songs van de wereld en geniet er van zo lang u leeft.
Ook dat is Natuur!
 
 

 Het geluk is soms zo dichtbij

waarom dan te zoeken in de sterren?
Men droomt van idealen, beschouwt geluk als recht.
Dromen steeds van meer en meer, doch leren niet wat het leven zegt.
Reik niet naar de sterren, die meestal aan een donkere hemel staan.
Onnodig risico’s worden gedragen, wijl het geluk op aarde, je voorbij ziet gaan.
Bouw geen luchtkastelen, die je nooit bereiken zal.
Het geluk dat je wilt vinden, ligt toch overal?
Droom niet van een sprookjesland, dat toch niet meer bestaat.
Houd het geluk in eigen hand, wanneer het komen gaat.
Neem van al het goede, wat het leven aan ons biedt.
Maar reik niet naar de sterren, want je krijt ze niet!
 
 

 Hartenkreet

Tot wie mag ik mij wenden?

Wij zijn geboren in een bange tijd,
een tijd waarin de stormloop van het kwade,
de mensen meesleurt langs zwarte paden,
een duistere weg, die naar de afgrond leidt

Wij, wij zijn zo machteloos en zwak,
de wereld willen wij maken tot Eden,
maar onze armen vergeten wij,
zij worden door sterken met voeten getreden.

Waar is dan het recht om te leven,
waar is de ruimte om te bestaan?
Is er nog lucht om adem te halen?
Oh mijn God, wat heb ik toch gedaan?

Wij zijn zo krachteloos, zo zwak,
in ons is niets meer van enig gehalte,
doch ergens is iemand die hoger reikt,
dieper gaat, je ontdekt in je laatste gestalte.

Er is een vriend, één die je ontmoet,
in het diepst van je wanhoop,
op de bodem van je bestaan.
Hij die jou kent en roept bij je naam.

Wie is die vriend?
 
 

 Jouw verjaardag

Een dag om stil te staan
Een dag van mijmeringen
Waar bleef de tijd die is geweest
een tijd vol herinneringen.
Jouw boot ging varen op de levenszee
een weg terug is niet aanwezig.
Gedachten gaan naar tijden van weleer
gaan terug tot in een ver verleden.
Dan knaagt heimwee aan mensen’s ziel
al wat was dat ging voorbij.
Maar zie opzij, naar links en rechts
daar heb je al degenen die van uit dat ver verleden,
wel in een ander boot, maar toch dicht naast jou en bij jou zijn gebleven.
Vanuit die ver verleden tijd zijn zij, op hun boot,
gekomen om met jou deze dag te vieren.
Jarige blijf door varen en wij allemaal zullen met jou en naast jou, deze levenszee blijven bevaren.
Al is er geen weg terug op zij gaan, naar hen die van je houden, is wel mogelijk.
 
 

 Ondeugende streken!

Ik wil geen lange inleiding houden over het waarom en hoe, nee ik begin direct met de vertelling.

De Worsten.

We werkten in een dorp, als elektriciens, waar een grote slachterij in de buurt was, regelmatig bezochten we die en konden in een winkeltje allerlei vleeswaren kopen voor een zacht prijsje.

Tussen de middag kookten we dan enige worsten in een blik en aten zo lekker warm omdat het nogal koud weer was.

Wij zaten te schaften in een schuurtje omdat de schaftkeet vol zat met mensen die veel roken en wij, als niet rokers, ons er niet thuis voelden.

In een schuurtje hadden wij onze intrek genomen en een gasbrander aangezet om de boel lekker te verwarmen.

Vandaag trakteer ik op worst zei Herman, stond op om gelijk de worsten in het slachthuis kopen. Toen hij terug kwam zag ik dat het wel, het waren de allerkleinste die er te koop zijn.

Die anderen, zei Herman, zijn mij te duur maar wanneer ik deze in goed heet water kook worden ze ook groot.

Ik ging weer aan het werk tot het middag was en Herman riep "de worsten zijn klaar" vlug ging ik het schuurtje en zag tot mijn grote verbazing dat de worsten super groot waren geworden. Hoe kan dat nou vroeg ik Herman, dat komt als je ze maar goed kookt zei Herman want dan zetten ze uit. De worsten smaakten heerlijk en we waren lekker zat en warm.

Na het eten gingen we weer naar buiten om aan het werk te gaan toen er ineens een groot kabaal ontstond in een schaftkeet van de schilders, wat is er aan de hand, vroeg ik de eerste de beste schilder, mens zei hij, onze worsten zijn ineens een stuk kleiner geworden.

Hoe kleiner vroeg ik, nou zei hij, we hadden grote worsten gekocht en in het water aan de kook gezet en nu ineens zijn ze kleiner.

Het lijkt wel of ze betoverd zijn.

Herman bekeek hun worsten eens vakkundig en zei: ze zijn gekrompen door de foute manier van koken dus eigen schuld dikke bult, altijd het water langzaam aan de kook brengen.

Hij zweeg en schudde zijn hoofd, liep naar buiten en zei zachtjes in zich zelf, klungels.

Toen wist ik ineens waarom onze worsten zo groot waren geworden;

Herman had ze geruild, hij had gewacht tot de schilders weg waren en deed onze kleine in hun kookblik en hun grote in onze kookblik.

Herman heeft het nooit toe gegeven maar als ik erover sprak keek hij altijd in het oneindige en prevelde zoiets als van,…worsten dat zal me worst wezen.

Egbert Kruize

Herman was een pracht collega, die helaas veel te vroeg is gestorven. Hij was een mede bewoner van ons dorp. Nog altijd denk ik met veel genoegen en respect aan hem. Met hem te werken gaf altijd een beetje het gevoel van feest!
 
 

 Nu het stil wordt om mij heen.

Nu het stil wordt en ik ben alleen
geen stem meer tot mij roept.
Als het hart vol heimwee vraagt
waar ging de tijd toch heen?
Als 's avonds laat de slaap niet komen wil,
het bed zo leeg en breed daar is.
Schrei ik hete tranen om het smartelijk gemis.

Als ik roep tot Hem die eeuwig leeft,
o God wat doet dit pijn.
Wil dan naast mij staan,
mijn toevlucht en mijn trooster zijn.
Vouw Uw handen om mij heen,
drogend de tranen die ik ween.

Het is al om hem met wie ik eens ging trouwen
het liefste wat ik ooit bezat.
Op wie ik durfde bouwen,
hij was mijn liefste schat.
Heer ik vouw mijn handen saam
en richt mijn ogen nu naar u alleen.
U roep ik aan in Jezus naam,
nu het stil wordt om mij heen.

Egbert 18-05-2003
 
 

 water

Een heerlijk geurende zandweggetje voerde mij naar een klein verborgen watertje, een watertje zo helder en klaar als waren alle regendruppeltjes samengevoegd tot één grote druppel.

Onder aan de waterlijn lag een ouderwetse praam, een ijzeren schip, waar aardappels, turf enz. in oudere tijden mee vervoerd werden.

Er was een voorruim waar kleine plantjes op oude turfresten groeiden met in het midden een berkenboompje. Heel zachtjes stapte ik in dit schoons en dacht terug aan vroegere reizen met zulke pramen. Wanneer je dan aan de voorkant in de praam lag hoorde je het klotsen van de golven tegen het ijzeren schip.

Wanneer je dan langzaam wegzonk in een luisteren naar dat geklots, dan hoorde je de golven woorden vormen die soms overgingen in een lied met allerlei geluiden, soms hard en soms fluisterend heel zacht.

Ook nu droomde ik weg maar het water oppervlakte was glad en er waren geen golven die mij met hun geklots konden begroeten.

Ik keek over de zijkant van de praam in het water en zag hoe windes de algen van de scheepshuid afschraapten.

Stilstaand in het lauwe water smulden ze met veel blijdschap.
Hoe lang ik er naar staarde weet ik niet, het was heerlijk zacht weer, de zon maakte me lui.

Heel zachtjes, om ze niet te beschadigen, zette ik mij tussen de plantjes en keek hoe allerlei kleine wriemel vliegjes de bloeiende plantjes bezochten.
Daardoor voelde ik niet dat er een klein zuchtje wind opstak en het water oppervlakte aaide.

Heel zachtjes kwamen er golfjes in beweging, dansend als kleine lammetjes van blijdschap om dat ze gewekt waren om te spelen in de zon.

Zachtjes begonnen ze tegen de huid van de oude praam te klotsen.
Ik merkte het eerst niet en accepteerde die geluidjes als behorend bij die harmonieuze omgeving.

Ze begonnen te fluisteren met lieve tonen, met verhalen die al eeuwenoud zijn en toch altijd weer nieuw.

Toen ik mij bewust werd van die heerlijke geluiden werd ik ontroerd en helemaal toen, al in vallende avond, een merel zijn zoet gevoosde liedje ging zingen met tonen zo zacht en zuiver mee deinend op het ritme van de golven.

Ze namen mij op in hun ritme, strelend mijn oren en de toppen van mijn gevoelens.
Het werd wat donker en ik moest naar huis, helaas dat was de werkelijkheid. Zachtjes stapte ik uit de praam de wallekant op, de merel bleef zingen als een zoete troost. Nogmaals keek ik om naar deze oude praam, naar de kleine golfjes en hoorde ze zachtjes fluisteren.

Toen was het voorbij ik liep naar mijn auto die een heel eind verder aan een binnenweggetje geparkeerd stond. Er drong een sterk weemoedig gevoel aan de deuren van mijn hart. Ik was enigszins verdrietig dat dit allemaal voorbij was, het verleden en nu ook deze middag. Maar de merel hij zong zijn lied, zacht en dan tot jubelende hoogten, roepend tot de eeuwigheid in alle tijden.

Weet u dat was geluk, geluk is soms zo dichtbij dat we er aan voorbij gaan zonder het aan te raken.

Ik wens u in dit jaar veel geluk en houd uw ogen, oren en uw gevoel open wellicht dat u het geluk kunt ervaren als een geschenk in dit leven en raak het aan.
 
 

 Adem van de Hemel

Hoog gaan de wolken langs de Hemel
Ik kwam van ver gevlogen
En zoek in de verste verten een rustpunt
Daar waar de Hemel rust op haar bogen.

Machtig staan bergen aan het einder
leunend tegen reusachtige wolken
Op de loden bodem van de tijd
Mijn land zo stil en wijd.

Wachtend op de sluier
waarmee de nacht hen dekken zal
Ver gaat mijn blik, ver over de wolken
uitziend naar de wind die daagt uit het dal

Zacht veegt de wind langs de hellingen omhoog
naar de toppen der heuvelen, zij staan daar rustend en stil
Dood moede heuvelen in nevelen gehuld
uitziend naar de morgen, die God geven wil

Zacht waait de wind over berg en meer
streelt heuvelen en bergen, in nieuw begin
Koesterend de toppen der bomen om dan
met wolken reizend langs Hemels zwin.

De adem van de Hemel
Gods Geest waait waarheen Hij wil
Gods Geest troost mensenkinderen
maakt hen als de bergen zo stil

U Heer, U bent het zelf die leidt
met Uw adem in wolken langs de Hemel
Reizend naar de nieuwe morgen
met U tot in der eeuwigheid.

Zacht waait Uw adem in mijn gelaat
streelt de nevel mijn gezicht
Weet ik, wat er ook gebeuren gaat
U mij nooit, nee nooit meer verlaat.
 
Gedichten bundel en verhalen van Egbert Kruize

Schepping of Evolutie

Dit het zogenaamde Darwin jaar, ik zeg het zogenaamde want een jaar laat zich niet meten aan een persoon die ooit heeft bestaan.

Maar het is ook het jaar van de Egel, een lief klein sympathiek diertje die misschien wel met uitsterven wordt bedreigd. Ook dat diertje kan niets aan het jaar veranderen, de tijd op zich is onveranderlijke alléén wij kunnen door gebeurtenissen de tijd als veranderlijk ervaren.

In dit jaar waar Darwin soms heel sterk wordt geciteerd of waar werken van hem worden geraadpleegd en soms haast verheerlijkt, volgt men wel heel sterk alles wat Darwin ooit zei.

Darwin heeft iets gezegd of omschreven en dan is het vanzelfsprekend, volgens sommigen, dat het ook allemaal zo is.

Wil je voor wetenschapper doorgaan (en wat is wetenschap?) dan moet je af en toe laten blijken dat je in de evolutie gelooft en de naam van Darwin helpt je erbij.

Alles, zo wordt gezegd, begon met een oerknal, tja het zal niet zo heel hard geknald hebben in het luchtledige, tenminste voor onze begrippen want wie hoorde het knallen en in het luchtledige hoor je geen geluid, wel zouden drukgolven gevoeld kunnen worden zo die er waren.

Maar waar kwam dat materiaal vandaan wat nodig was voor die oerknal, waar alle sterrenstelsels uit zijn ontstaan?

Wij kennen nu zwarte gaten en daar in verdwijnen complete zonnestelsels of er kunnen zelfs sterrenstelsels in verdwijnen.

Hoe meer materiaal er in gaat des te zwaarder wordt hij, des te groter de zwaarte kracht, en des te onmogelijker om er weer uit te komen.

Het oerknal materiaal moet, alles bij elkaar, wel een gigantische grote zwarte gat zijn geweest en hoe kon die dan wel uit elkaar spatten? De enorme zwaartekracht liet dat toch niet toe?

Dus waar kwam dat materiaal vandaan? En als er geen materiaal is en alléén een lege ruimte, waar komt die ruimte dan vandaan?

Ik zeg niet dat ik het weet, tenminste niet op deze manier.

Ons materialistische denken, en wereldbeeld maakt het ons onmogelijk het met andere ogen te zien.

Trouwens wij zijn materialistisch en alles waar wij mee omgaan is het ook.

Zolang wij ons in deze materialistische wereldruimte bewegen kunnen wij ons geen andere voorstelling hier van maken, maar is het daarom ook zo?

Is wat wij waarnemen altijd ook de waarheid? Het is veel groter dan wij beseffen en het is ook veel mooier.

Neem nu een cel van ons lichaam, zo maar een doodgewone cel maar in die cel zit zo veel informatie meer als een stad als Amsterdam heeft. Om dat allemaal te beschrijven zouden wij 1000 boeken nodig hebben met 500 bladzijden aan beide kanten beschreven.

Er is een complete energiecentrale in de cel, er is douane die aan de ingang van de cel staat en alles bekijkt wat naar binnen wil of het wel kan of niet. Er zijn soldaten die, als er toch een sterke vijand/bacterie komt die er in wil en de Douane houdt het niet, dan komen de soldaten in actie.

Er is een telefoon systeem, er is een soort regering. Er is nog veel meer gewoon te veel om te beschrijven want dan zou één miljoen velletjes niet genoeg zijn.

In de cel bevindt zich een zwartvlakje, dit kon door de sterkste microscopen niet geopend worden, het was en bleef een raadsel waar dat voor zou dienen. Totdat men de elektronen microscopen zo sterk verbeterde dat er ineens wel inzicht ontstond.

Het zwarte vlak opende zich en werd helder licht en wat was daarbinnen? Weer een soort cel met net zoveel informatie als de eerste cel. En wat zagen ze daar weer in die soort cel verschijnen? Alweer een zwarte vlak dat ze echt niet kunnen openen omdat de allersterkste elektronen microscopen hierbij maar speelgoed zijn.

Het lijkt er op dat het maar steeds door gaat ver ons verstand te boven! Hier had Darwin geen enkele weet van, hij keek alléén maar naar de buiten kant en nam een conclusie.

Maar denk u zich eens in dat 1 cel wel honderdduizend miljoen, 100.000.000.000 atomen bevat, en dat ons lichaam omstreeks de 30 triljoen, dat is 30 000 000 000 000 nullen, cellen bevat.

En dan zijn er zoveel prachtige gedachten bij voor beeld: onze aarde kan 1.300.000 maal in de zon en de ster S.Doradus, uit onze melkweg is wel 2000 maal zo groot is als onze zon.

Wij zijn daarbij niet meer dan een ademtocht.

Maar we kunnen nog verder, het heelal zo ver wij die kennen is 16 miljard lichtjaar lang.

Dat is 16x1000x1000x1000x 300.000x60x60x24x7x52 Dat is de lengte van het heelal wat wij kunnen bemeten, het is niet te bevatten.

Maar wat is er voorbij deze te bemeten heelal, zijn er daar nog meer sterrenstelsels of is er gewoon ruimte? En waar komt die ruimte vandaan en hoe groot is die ruimte?

Wie bepaalde die ruimte, of is er ook ruimte door een oerknal ontstaan?

Hoe zou dat moeten en hoe gedragen zich eventuele sterrenstelsels die zich buiten onze waarnemingen bevinden? Enne als wij het niet weten maken wij er maar een oerknal van?

Wie maakte dan de Zwaartekracht? Hoe en waarom is er Magnetisme? Er zijn nog veel meer vormen van aantrekkingskracht zoals Cohesie en Adhesie. Ach, er gebeurt zoveel in een atoom en alle onderdelen zijn daar zo druk met elkaar om alles steeds in evenwicht te houden. Neutronen, protonen, elektronen, pionen, mesonen, positronen en quarks, gluonen en samen hebben ze soms avonturen en die dan jets heten.

Dit is nog maar een bescheiden opsomming want je kunt je gaan verdiepen in Alpha en Bèta deeltjes en zij hebben ook nog een hele grote familie.

Wie bepaalde al die krachten? Wie bepaalde de sterkte van hun krachten? Wie bepaalde hun werking zodat alles precies in evenwicht is? Waar komen deze deeltjes vandaan? Zijn deze zomaar toevallig ontstaan? En waaruit en waar zijn zij dan weggekomen? Dit alles wist Darwin niet.

Wij als mensen bezitten computers die in één sec miljarden berekeningen kunnen maken, wie heeft dit gedaan? Het was toch de mens die de computer bouwde?

Denkt u zich in dat zelfs als onderdelen van een computer op een werkbank worden gelegd, zou dan toevallig alles zich zo schikken (bijvoorbeeld door een aardbeving) dat er een computer zou ontstaan en dat die miljarden berekeningen in een seconde kan maken?

Is er ooit door toeval een heerlijke slagroomtaart ontstaan?

Is het ooit gebeurd dat er toevallig wat meel ergens terecht kwam en melk, water, eieren enz en dat er zomaar een taart zich begon te vormen? En ineens schoot hij de oven in en kwam er na verloop van een uur weer uit, en floeps ineens schoot er slagroom door de ruimte precies boven op die taart.

Een prachtige heerlijke taart zomaar toevallig ontstaan, dat moet wel kunnen want men beweert dat alles toevallig is ontstaan, een atoom, molecuul, een cel, een dier, een mens, zijn kennis en alles wat hem in stand houdt. Als dit toevallig is ontstaan dan is het heel gemakkelijk dat er wekelijks slagroomtaarten door de ruimte vliegen die toevallig zijn ontstaan.

Pas op want er zitten er natuurlijk een aantal tussen die misschien wel giftig zijn.

Ik geloof dat niet, het is de mens die de slagroomtaarten schiep, het is de mens die de computer schiep, uit zich zelf kan er nooit per toeval een slagroomtaart of computer ontstaan.

Misschien kan het nog wel toevallig een kers midden op de taart vallen als er maar voldoende taarten door de lucht vliegen onder de kersenbomen door.

Darwin hij heeft nooit kunnen constateren dat iets uit zich zelf ontstond, sterker nog hij heeft dat nooit beweerd.

Wat hij constateerde dat bepaalde verschijningsvormen naar zijn mening, in een ander vorm veranderde na verloop van lange, lange tijden. Maar of het echt zo is dat wist hij niet omdat hij te kort leefde en zo werd het een aanname.

Zo gaat het met de hele evolutie leer, het is slechts een aanname en bewijzen zijn er niet.

Over archeologische vondsten is nog wel weer een boekwerk te schrijven en het is heel vaak zo dat de wens de vader is van de gedachte en dus men vind wat men wil vinden en wat er niet bij past dat schuift men terzijde.

Heel vaak wordt de oerknal naar voren gehaald en de opgravingen gebracht zoals men denkt dat het is en roept dan luid, er is geen God. Het gaat niet om iets leuks en nuttigs te brengen, nee het gaat er om of men kan bewijzen dat er geen God is en men is echt blij als ze denken iets in handen te hebben waaraan dat te zien is.

Er zijn twee hoofdzaken.

1 hoe en waaruit is het heelal ontstaan, en dan is de opmerking van een oerknal gewoon een domme opmerking want immers wie bepaalde de krachten van die knal, waar kwam dat materiaal vandaan?

Geef hier eerst een echt diepzinnige antwoord op en maak je er niet met een simpele opmerking van af, de oerknal, te simpel.

2 De evolutie. Het is te simpel dat wanneer men iets niet weet te roepen, ja maar dat heeft honderden miljoenen jaren geduurd! Zo maak je elke discussie dood, want je moet je stil houden, de wetenschapper heeft gesproken, wel in zijn naïviteit maar hij sprak en zo is het en dus je mond houden. Dat is het gangbare gedrag van de mensen, in elke TV programma hoor je wel eens, volgens geleerden of volgens wetenschappers, en dan is het uit zij hebben gesproken en het is zo, mondje dicht en niet meer nadenken.

Enige cijfers:

De doorsnee van een melkwegstelsel zoals waar in leven is bijna een triljoen km =1.000.000.000.000.000.000. Kilometer Het licht doet 100.000 jaar over om van het ene einde tot het andere eind te komen.

Dit is 1 sterrenstelsel en het bevat meer dan 100 miljard sterren 100.000.000.000 echt heel veel of niet?

Dit is één sterrenstelsel!

Maar hiervan bestaan er meer dan 50 miljard, 50.000.000.000.

En al deze stelsels, en al deze sterren, en al hun planeten en manen voldoen aan zeer nauwkeurige eisen om te kunnen bestaan.

Als bij de elektromagnetische kracht een beetje zwakker zou zijn dan zouden de atomen niet meer bestaan en zouden wij niet kunnen leven, de elektronen vlogen zo uit hun baan en weg was het atoom.

Maar wij hebben er 100.000.000.000. = honderdduizend of 100 miljard in 1 één cel!

En hoeveel bezit een sterrenstelsel en allemaal zijn ze toevallig zo ontstaan.

En ze functioneren prima.

Schepping of Evolutie

Stel dat het heelal uit een oerknal is ontstaan en het was een biljoenste fractie sneller uitgedijt, dan zou alle materie in het heelal zijn uitgestrooid en zouden zich geen sterren en sterrenstelsels hebben kunnen vormen aldus de beroemde sterrenkundige Lovell.

Of stel dat het een biljoenste langzamer was gegaan dan zouden de gravitatiekrachten het heelal binnen de eerste miljard jaar doen ineenstorten. Ook dan zou er geen sprake zijn van langlevende sterrenstelsels of sterren, het zou terug gaan naar het begin van de oerknal, zo die er al zou zijn geweest, en er zou geen leven zijn geweest.

Wie kan dit zo nauwkeurig ontwerpen, beheersen dat bij zo’n enorme oerknal die alle krachten van de sterkste zwarte gaten ruimschoots overtrof, toch alles zo subtiel de ruimte in ontploft> Of eh, was dit toeval?

Dat ons melkwegstelsel, die naar schatting meer dan 100.000.000.000. = 100 miljard sterren bevat zich in allemaal keurige evenwicht in stand houdt?

Stel dat u gaat een boek schrijven en u besteed aan elke ster één (1) bladzijde en zo als onze zon en alle planeten die er bij horen zouden dan in een bladzijde moeten worden beschreven. U voelt al aan dat, dat helemaal niet kan, maar stel eens dat het kan, dan zou u om alle sterren in dat boekwerk te beschrijven vele boekdelen moeten beschrijven.

Het zou een totale lengte hebben van meer dan 415 kilometer. En allemaal onderhouden ze de zelfde wetten hoe is dat mogelijk?

Allemaal bezitten ze dezelfde basis elementen!

Waarom hebben zij zich, zo ver van elkaar, niet anders ontwikkeld? Waarom zijn er daar op die grote afstand geen andere natuur wetten ontstaan?

Of zijn die allemaal toevallig zo ontstaan? Of waren ze misschien zo vast gesteld?

En waarom heersen die wetten en waarom zijn de gravitatiekrachten nou net precies zo sterk, niet zwakker en niet sterker, wie bepaalde dat ze zo moesten zijn?

Of eh, was het toeval?

Elektromagnetisme, het is ons dierbaar, wij zouden niet meer zonder kunnen in alles spelen ze een rol. In het voedsel bereiding, in het transport, in het bewerken van meubels of grasmaaien en zelfs in ziekenhuizen waar ons leven er door wordt verlengd. Overal kom je het tegen een fantastische gegeven dat het er is. Het is de voornaamste aantrekkingskracht tussen protonen en elektronen waardoor het periodieke systeem werd gevormd.

Waardoor ook moleculen kunnen worden gevormd en wilt u weten wat de kracht tussen deze twee inhoud, kijk dan naar de bliksem en je ziet het enorme potentieel verschil.

Maar ook hier gaat het om de exact afgestemde kracht, een klein beetje zwakkere kracht en alle elektronen in de buitenste schil zouden weg vliegen. Er zou ook geen waterstof meer zijn en dus geen water, er zou ook geen zon zijn die volop waterstof verbrandt en wij zouden dus in een kille bevroren wereld terecht komen.

Maar zouden de elektromagnetische binding sterker zijn dan zouden alle elektronen op de kern zitten en zou er ook niets kunnen leven of bestaan.

Een gering verschil in de elektromagnetischekracht zou van invloed zijn op onze zon en het licht veranderen dat op de aarde valt, wat de fotosynthese moeilijk of onmogelijk zou maken. Maar het zou al niet meer uitmaken omdat het leven toch al niet meer mogelijk was want wie zou kunnen leven zonder water?

Werd dit zo bepaald?

Of is het toeval?

Kernkracht is de kracht die in de kern van het atoom de neutronen en protonen aan elkaar bind, natuurlijk zijn er nog meer deeltjes in de kern maar die vormen dan juist allen met elkaar het neutron of het proton.

Zou deze kernkracht er niet zijn dan zouden het proton en neutron zich direct van elkaar verwijderen. Maar wat als deze kernkracht, die dus geen elektromagnetischekracht is, zwakker zou zijn of sterker, in beide gevallen kon het atoom niet bestaan.

Bij een sterkere kracht zouden de protonen altijd aan het neutron vast zitten en nooit met het neutron samen met toevoeging of verminderen van de elektronen, een ander element kunnen vormen.

De zwakke kernkracht beheerst het verval van radioactieve elementen en de efficiënte thermonucleaire activiteit van de zon.

Zonder deze kracht zou onze zon niet kunnen bestaan.

Toeval? Of toch niet!

Een ander essentieel punt is de elektromagnetische kracht in verhouding tot de andere drie krachten, gravitatie, sterke kernkracht, zwakke kernkracht.

Volgens de becijferingen van sommige natuurkundigen staat deze kracht in verhouding van 10.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000. = 10 tot de 40ste macht maal die van de gravitatie. Het lijkt misschien een kleine verandering door er een nul aan toe te voegen Maar dat zou betekenen dat de gravitatie naar verhouding zwakker wordt .

Met een lagere gravitatie, zouden de sterren kleiner zijn en de druk van de gravitatie zou in de inwendige van de sterren te laag zijn om kernfusiereacties op gang te brengen.

De zon zou niet kunnen schijnen en er zouden geen sterren bestaan.

Ach, en kunt zelf wel bedenken wat er zou gebeuren als de gravitatiekracht (Zwaartekracht) sterker zou zijn u weet wat dat betekent, wij zouden niet op aarde kunnen leven omdat we onder onze eigen gewicht geplat zouden worden. Op de maan zouden we misschien beter kunnen wonen maar die zou allang naar de aarde toegetrokken zijn door de grotere zwaartekracht en de aarde met de maan samen zouden veel dichter bij de zon staan of met een grote snelheid om de zon cirkelen en dagen kennen van misschien maar 8 uur. Doordat wij dan dichter bij de zon zouden staan zou de aarde en de maan tot een bakoven zijn geworden en wij allang gekookt en er uit zien als een rode krab.

Trouwens wij zouden niet eens op aarde kunnen wonen maar het hele heelal zou er totaal anders uitzien en zeer snel ineen storten.

Maar gelukkig is alles zoals het zijn moet en kunnen de sterren stralen en wij krijgen van alles op aarde in de juiste proporties zo dat wij kunnen leven.

Geen toeval! Maar een bewuste ordening.

De speciale omstandigheden op aarde die het gevolg zijn van haar ideale grootte, haar samenstelling voor wat de elementen betreft en haar bijna cirkelvormige baan die zij beschrijft op een volmaakte afstand van een langlevende ster onze zon, hebben de opeenhoping van water op de aardoppervlakte mogelijk gemaakt.

Zonder water was er op aarde geen leven mogelijk geweest.

Als onze aarde iets kleiner was geweest zou onze zuurstof ontsnappen en zou alle water, wat aan de oppervlakte is, verdampen.

In beide gevallen zouden er geen mensen op aarde kunnen leven.

Ook heeft onze aarde de juiste afstand tot de zon, dichter bij of verder af zou catastrofaal zijn geweest en was het koken of bevriezen.

Het luistert zelfs zo nauw dat 5% dichter bij de zon de aarde allang in een broeikashel zou zijn verandert en met 1% er verder van af zou de aarde een groot ijsblok zijn geworden.

Ook dat de aarde éénmaal per dag om haar as draait zorgt er voor dat de temperaturen niet te veel afkoelen of te hoog oplopen/heet worden.

Door de bijna cirkelvormige baan die de aarde om de zon beschrijft blijven wij nagenoeg steeds dezelfde hoeveelheid zonneenergie ontvangen.

Stel eens dat de aarde in een elliptische baan om de zon zou draaien dan zou er ook geen leven op aarde kunnen zijn vanwege de enorme koude die er heerst als wij op het verst van de zon zouden staan.

Of stel dat onze zonnestelsel zich meer in het midden van onze melkwegstelsel/sterrenstelsel had gestaan, dan zouden de gravitatie invloeden van de naburige sterren de baan van de aarde verstoren.

Dit is zomaar een grove opsomming van feiten die wordt bevestigd door hen die geloven in een toeval, niemand die deze gegevens ontkend en toch is alles, volgens hen, toevallig zo ontstaan.

En deze toeval heeft er toe geleidt dat er toevallig de mens ontstond door miljoenen voorafgaande toevalligheden om uit dode stof levende te krijgen en via vele dieren tot een mens te worden.

En dan te bezien hoe geweldig een mens in elkaar zit met zijn miljoenen hersen cellen die zo fantastisch in elkaar steken met honderden miljoenen onderdelen.

Dit is alles toevallig zo ontstaan?

Vele jaren in Laboratoria is er gezocht en geprobeerd van dode levende stof te makken, over heel de wereld zijn ze al honderden jaren bezig en ze zijn niet verder gekomen dan een wat bruine vloeistof te produceren.

Maar geen leven, enne ging dit uit zichzelf? Welnee, hier waren de mensen als schepper bezig om iets te produceren terwijl een gedeelte van onze wetenschappers roept dat het allemaal uit zich zelf ontstaat, gaan zij zelf als schepper aan het werk.

Een mens zijn hersenen zijn duizenden malen ingewikkelder en beter dan de beste computer, indien de mens uit zich zelf is ontstaan, vanuit dode naar levende stof, dan kan ik alle onderdelen van een computer op een hoop leggen en zeggen zo naar enige duizenden jaren zit hij in elkaar en werkt.

Let goed op, de computer onderdelen zijn al klaar, maar bij het leven was er niets en toch zal men beweren dat er uit niets uiteindelijk een mens kan ontstaan en uit de onderdelen van een computer zal dat zelfs na een miljoen kaar nog niet gebeuren.

U ziet de onwerkelijkheid. Voor de computer was er een schepper nodig. (De mens) Voor de mens en al het leven was er een schepper nodig, hij die de mens verstand gaf naar zijn eigen aard. (God) Geloof mij niet, maar ga onderzoek doen want u zou het belangrijkste in uw leven eens kunnen missen!

Evolutie of Schepping

Egbert Kruize


--------------------------------------------------------------------------------
Aanschouw toch alles wat is geweest
En weet dat tijd niet bestaat
Wie helpt mij dan terug naar,..
Daar waar eens mijn oorsprong was?
Uit het oosten straalt de zon het roept tot mijn ziel aanschouw toch wat is geweest.
Laat mijn hart branden verlangens naar vervlogen tijden, toen ik speelde voor de voeten van mijn vader, hij mij droeg waar gevaren mij belaagden.

Terwijl nu de wind mijn wangen kust voel ik tranen als regen druppels op mijn handen.

Oh dierbaar oude tijd jouw mis ik het meest, jouw stem raakt mij in mijn geest.

Nooit keer ik terug naar die tijd ik was daar maar even, te kort Uit het oosten straalt de zon ik kan niet weerom er is geen boot terug naar huis.

Egbert Kruize

--------------------------------------------------------------------------------

Copyright © 2015. All Rights Reserved.